BLOG JC – De mooiste

Geregeld wordt mij als autojournalist- en hobbyist gevraagd wat ik de mooiste auto vind. Ik vind in het algemeen erg veel maar deze vraag hoort wat mij betreft in de categorie ‘onmogelijk te beantwoorden’. Waarom?

Omdat de mooiste auto wat mij betreft niet bestaat. Je vraagt een slager toch ook niet wat hij het lekkerste stukje vlees vindt? In principe is hij vast trots op zijn hele koelvitrine met allerhande soorten vlees. Specifieke, persoonlijke factoren en voorkeuren beïnvloeden je keuze op een bepaald moment en daardoor bestaat volgens mij ‘de mooiste’, ‘de beste’ of ‘de lekkerste’ simpelweg niet.

Voor auto’s geldt precies hetzelfde; degene die dus denkt aan het einde van dit stuk een sluitend antwoord te krijgen op de vraag wat ik de mooiste auto vind, moet ik teleurstellen. Gelukkig maar, zou ik bijna willen zeggen want stel dat je een bepaalde auto ‘de mooiste’ vindt, betekent het dan dat er nooit meer een andere, nog mooiere auto te vinden is? Dat zou ik vreselijk jammer vinden. En de onrust van het mogelijke bestaan van een nog mooiere auto zou voor mij ondraaglijk zijn. Maar ik wil u wel meenemen in mijn hersenspinsels om tot een bepaalde voorkeur te komen. Zo houd ik van auto’s die een uitgesproken, herkenbare vormgeving hebben. Veel auto’s vallen hierdoor voor mij al jammerlijk door de mand. De strak gesneden eenheidsworst regeert en daardoor is een karakteristiek modelletje anno 2015 nog maar lastig te vinden.

Maar ze bestaan. En wie zegt dat ‘mijn mooiste auto’ een nieuw model moet zijn? Opvallend is het dat volgens velen de mooiste auto’s oude modellen zijn. Karakteristiek dus voor mij. Sportieve rijeigenschappen vind ik ook een pré, net zoals lekker laag zitten (ik ben wellicht de enige op de wereld die laag zitten juist prettig vindt in deze door SUV-achtige auto’s gereguleerde automarkt). Een stijlvol en luxe interieur is voor mij ook een belangrijk potentieel aankoopargument terwijl veel ruimte me niet zo veel boeit. En ramen van portieren die niet omlijst zijn (ook wel ‘stijlloze’ ramen genoemd) geven mij ook een kriebeltje. Een leuke roadster of deftige coupé past wel bij me. Daar kan ik snel mee van z’n plek komen, die herken ik makkelijk(er) op een volle parkeerplaats en ik zit bovendien laag bij de grond. Oh nee, een merk of type ga ik niet noemen. Ik ben veel te bang dat ‘mijn mooiste’ in mijn hoofd dan direct concurrentie krijgt van andere mooiste types. Laat maar lekker veel auto’s ‘de mooiste’ zijn, dan hoef ik gelukkig niet te kiezen.

Jan Cees