BLOG JC – Tempo loos

Ergens onder het motorkapje van mijn low-budget categorie A-huurautootje hoor ik wat onbeduidend driecilinder geroffel. De 68 ‘peekaatjes’ doen in de tweede versnelling hun uiterste best om het vehikeltje de berg op te krijgen. Ik erger me aan de voor deze waanzinnig mooie bergweg totaal verkeerd gekozen versnellingsbakverhoudingen. Wat een misser. Goed op onze vlakke Nederlandse wegen en goed voor een grasgroen A-label maar slecht, nee bar slecht voor het rijplezier.

Het Peugeootje, dat dankzij het stuur met het zo kenmerkende logo met stoere, Franse leeuw als zodanig te onderscheiden is van z’n Citroën of Toyota-zusje, doet z’n best maar laat hier in de bergen na op wat voor wijze dan ook indruk te maken.

Mijn dochter murmelt ondertussen op het achterbankje een vaag top-40 deuntje. Mijn vrouw mompelt naast me wat over haar nagellak en ik? Ik kijk na de zoveelste hairpin verlekkerd naar een bord dat een hellingspercentage van 10% aangeeft. Ik stel me voor hoe het zou zijn om deze kilometerslange, van veel S-bochten voorziene kronkelweg te beslechten in een moddervette, laten we zeggen overmaatse, Mercedes AMG, Audi RS of BMW-M. Met blaffende V8 die telkens een onheilspellende plof laat horen als je de sequentiële versnellingsbak ineens 2 of 3 trappen laat terugschakelen. Een angstaanjagende brul zou dan de weelderig cabine vullen. De motor huilt, de spieren in mijn bovenarmen zijn gespannen en klaar om in een ideale lijn de auto ongegeneerd hard door de bocht te drukken. Remmen. Hard en vertrouwenwekkend.

Weer een haarspeldbocht. De weg stijgt. Op de achtergrond het prachtige decor van een azuurblauwe zee, groene berghellingen en een strakke lucht met uitbundig schijnende zon. De acht als een gek op en neer dansende zuigers krijgen rijkelijk hun licht ontvlambare vocht ingespoten. Vier als lansen uit de achterzijde stekende uitlaten vertalen de verbrandingsslagen in het overbemeten motorblok in een prachtige symfonie die met bruut geweld tegen de bergwand ketst. Een recht stuk. De gaskraan kan nu volledig open. De vele honderden peekaa’s krijgen de vrije teugel. De snelheidsmeter klimt in een moordend tempo richting de 200 en die snelheid maakt van de weg, die dankzij vele EU-subsidies er piekfijn bij ligt, tot een openbare racebaan. M’n hartslag jaagt omhoog. In een opperste staat van concentratie stuur ik de machine de zoveelste berg op. De motor gromt van genot en weet zelfs in een te hoge versnelling een steile helling met speels gemak te verschalken. Opeens hoor ik een onprettig gerommel. Het huurautootje protesteert overduidelijk terwijl het in een rap tempo z’n snelheid verliest. Mijn vrouw vraagt droogjes wanneer ik van plan was om terug te schakelen. Ik schrik wakker en kies snel een lagere versnelling. Weg droom. Back to reality. Deze prachtige eilandwegen zijn verdoemd om ‘bevoertuigd’ te worden door luizige huurautootjes, ezeltjes, stokoude pick-ups, grauwe sedannetjes en dampende vrachtauto’s.

Dromen zijn bedrog. Maar sommige dromen zouden geen bedrog mogen zijn…..

Jan Cees